Ruim 23 jaren geleden werd ik voor het eerst moeder, van een prachtige zoon. Het krijgen van een kind, het moederschap was spannend voor mij en voelde als een enorme verantwoordelijkheid. Ik wilde het anders doen dan mijn moeder; ik voelde dat ik mijn kinderen, naast wortels, ook vleugels wilde geven. Ruimte om te worden wie zij zijn, een liefdevolle bedding om zich te ontplooien en hun eigen ontdekkingen te doen over zichzelf en het leven. In een geboorteadvertentie las ik destijds dit mooie gedicht van Gibran. Het trof me gelijk in mijn hart, vanuit een heel diep weten over wat waar is, en vanuit de pijn die ik zelf heb opgelopen in de ongezonde relatie die ik had met mijn moeder. Je kinderen zijn niet je eigendom, ze komen uit je voort, je mag voor ze zorgen….en uit liefde ook weer laten gaan.
Vandaag vliegt mijn tweede zoon uit, op weg naar het studentenleven in de grote stad. Een nieuwe horizon, zijn horizon…..Ik ben blij voor hem en…..voel en ervaar ook de zoete pijn, van de lege kamer, het gemis van geroffel van zijn voetstappen op de trap, zijn droge humor en stoere praat, de vrienden en vriendinnetjes die langskwamen. Als ik naar hem kijk zie ik een jonge man die stevig staat, die weet wat hij wil en wat hij belangrijk vindt in het leven. Dat maakt me blij, hij heeft lang genoeg gefladderd, genoeg vlieguren gemaakt, klaar om op eigen benen te staan.

Voor mij breekt een fase aan van loslaten en van een nieuw begin. Met open hart en vertrouwen en een diepe liefde voor de mooie kinderen die uit mij voortgekomen zijn, maar altijd (van) zichzelf gebleven zijn.

On Children by Kahlil Gibran  (klikken als je de muziek wilt luisteren)

Your children are not your children.
They are the sons and daughters of Life’s longing for itself.
They come through you but not from you,
And though they are with you, yet they belong not to you.
You may give them your love but not your thoughts.
For they have their own thoughts.
You may house their bodies but not their souls,
For their souls dwell in the house of tomorrow,
which you cannot visit, not even in your dreams.
You may strive to be like them, but seek not to make them like you.
For life goes not backward nor tarries with yesterday.
You are the bows from which your children as living arrows are sent forth.
The archer sees the mark upon the path of the infinite,
and He bends you with His might that His arrows may go swift and far.
Let your bending in the archer’s hand be for gladness;
For even as He loves the arrow that flies,
so He loves also the bow that is stable.